ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1765
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking WW-uitkering terecht wegens ontbreken privaatrechtelijke dienstbetrekking
Appellant had na beëindiging van zijn ID-dienstverband bij de gemeente Rotterdam een overeenkomst gesloten met P/flex in het kader van een re-integratietraject bij Maatwerk. Hij ontving een WW-uitkering die later door het UWV werd ingetrokken omdat appellant feitelijk geen arbeid had verricht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde dat de activiteiten binnen het re-integratietraject geen arbeid in de zin van artikel 7:610 BW Pro vormden.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat voor het aannemen van een privaatrechtelijke dienstbetrekking vereist is dat er een verplichting tot persoonlijk verrichten van arbeid, een gezagsverhouding en loonbetaling bestaat. De Raad concludeerde dat de overeenkomst met P/flex niet als arbeidsovereenkomst kan worden aangemerkt omdat appellant geen productieve arbeid heeft verricht. De re-integratieactiviteiten, zoals scholing en sollicitatie, zijn geen arbeid in juridische zin.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en op de CAO voor Medewerkers van Payroll Ondernemingen faalde omdat appellant geen werknemer was. Hoewel appellant aanvankelijk een WW-uitkering ontving, stond het UWV vrij deze in te trekken toen bleek dat niet aan de voorwaarden werd voldaan. De Raad vernietigde het besluit van 10 september 2009 en bepaalde dat de WW-uitkering per 24 september 2009 wordt beëindigd. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De WW-uitkering van appellant wordt beëindigd per 24 september 2009 wegens het ontbreken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.