ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens ontbreken privaatrechtelijke dienstbetrekking in re-integratietraject
Appellante, voormalig werknemer in het kader van de ID-Regeling bij de gemeente Rotterdam, heeft na beëindiging van haar dienstverband een overeenkomst gesloten met P/flex, ingevuld door Maatwerk, voor een re-integratietraject. Zij vorderde een WW-uitkering, die door het UWV werd geweigerd omdat zij niet als werknemer in de zin van de WW werd aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de activiteiten binnen het re-integratietraject geen arbeid in de zin van artikel 7:610 BW Pro vormden en er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond. De Centrale Raad bevestigde dit oordeel, waarbij zij de criteria voor een arbeidsovereenkomst toepaste: persoonlijke arbeid, gezagsverhouding en loonbetaling. De re-integratieactiviteiten bestonden uit scholing, sollicitatie en coaching, zonder productieve arbeid.
Appellante kon ook geen beroep doen op gelijkstelling van niet-gewerkte uren of het gelijkheidsbeginsel, omdat zij geen werknemer was. Evenmin was sprake van een ondubbelzinnige toezegging door het UWV dat zij als werknemer zou worden beschouwd. Het enkele feit dat premies werden afgedragen, was onvoldoende.
Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen werknemer was en wijst het hoger beroep tegen de weigering van de WW-uitkering af.