ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens ontbreken privaatrechtelijke dienstbetrekking bij re-integratietraject
Appellanten waren aanvankelijk werkzaam bij de gemeente Rotterdam in het kader van een Instroom/Doorstroom-Regeling, maar kozen ervoor hun dienstverband te beëindigen en een overeenkomst aan te gaan met P/flex in het kader van een re-integratietraject bij Maatwerk. Na afloop van deze overeenkomst vroegen zij een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd.
De rechtbank vernietigde de besluiten van het UWV, maar handhaafde de rechtsgevolgen vanwege het ontbreken van voldoende gewerkte weken. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat de activiteiten die appellanten verrichtten in het re-integratietraject geen arbeid in de zin van artikel 7:610 BW Pro vormen en dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking met P/flex bestond.
De Raad benadrukt dat voor het aannemen van een arbeidsovereenkomst verplichtingen tot persoonlijke arbeid, gezag en loonbetaling vereist zijn, en dat de feitelijke invulling van de overeenkomst doorslaggevend is. De re-integratieactiviteiten bestonden uit scholing, sollicitatietrainingen en coachingsgesprekken, en waren gericht op uitstroom naar regulier werk, zonder dat sprake was van productieve arbeid.
Beroepen op cao-bepalingen en het gelijkheidsbeginsel slagen niet, omdat appellanten geen werknemer waren en de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst rechtsgeldig was beëindigd. Ook het afdragen van WW-premies door P/flex leidt niet tot een andere kwalificatie. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de hoger beroepen af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellanten geen werknemer zijn en wijst de WW-uitkering af.