ECLI:NL:CRVB:2011:BQ2056
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde oppaswerkzaamheden
Betrokkene ontving bijstand als alleenstaande ouder en verrichtte gedurende drie dagen per week oppaswerkzaamheden voor een familielid zonder dit te melden aan de gemeente. De gemeente herzag de bijstand en vorderde een deel terug wegens deze niet gemelde inkomsten.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene de inlichtingenverplichting niet had geschonden omdat de werkzaamheden in de familiesfeer plaatsvonden en geen vergoeding werd gevraagd. De gemeente ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de oppaswerkzaamheden gezien de aard, omvang en duur als op geld waardeerbare arbeid moeten worden beschouwd. Betrokkene had de gemeente moeten informeren over deze wijziging, waardoor zij de inlichtingenverplichting heeft geschonden.
De Raad oordeelde dat de gemeente terecht de bijstand heeft herzien en teruggevorderd, en dat de opgelegde maatregel passend was. Het beroep van betrokkene werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen de herziening en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.