ECLI:NL:CRVB:2011:BQ2283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de beslissing van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank Dordrecht heeft dit bezwaar ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe medische informatie aangevoerd die tot een ander oordeel zou leiden. Zijn stelling dat zijn gezondheid verslechtert en dat hij sinds twee jaar last heeft van tia’s is niet relevant voor de datum in geding, 24 juni 2008. Het rapport van de arbeidsdeskundige, dat in hoger beroep werd overgelegd, bevestigt dat de geduide functies de belastbaarheid van appellant niet overschrijden.
De Raad past artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe en accepteert dat het rapport pas in hoger beroep is ingediend. De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant en vergoedt het betaalde griffierecht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.