ECLI:NL:CRVB:2011:BQ2318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake geschiktheid functie administratief medewerker bij WIA-uitkering
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden die het bezwaar van betrokkene tegen een WGA-uitkeringsbesluit gegrond had verklaard. De rechtbank oordeelde dat betrokkene niet geschikt was voor de functie van beginnend administratief medewerker bij een orthopedisch instrumentenmakerij vanwege het ontbreken van het vereiste VMBO-diploma beroepsgericht, terwijl betrokkene alleen over een VBO-metaaldiploma beschikte.
In hoger beroep heeft de Raad de functie-eisen nader onderzocht en vastgesteld dat voor de functie een VMBO-diploma met een algemene beroepsgerichte leerweg vereist is, zonder specifieke richting. De Raad heeft geoordeeld dat het VBO-diploma van betrokkene gelijkgesteld kan worden aan het vereiste VMBO-diploma, mede gezien de reorganisatie van het schoolsysteem in 1999 en de toegang die het diploma biedt tot een MBO-opleiding niveau 2.
De Raad verwierp ook de stelling van betrokkene dat de functie-eisen onjuist zouden zijn, verwijzend naar vaste jurisprudentie die uitgaat van de juistheid van het CBBS. Gezien deze overwegingen vernietigde de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van het UWV gegrond, waarbij het beroep van betrokkene ongegrond werd verklaard. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.