ECLI:NL:CRVB:2011:BQ2322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering buiten referteperiode bij vaststelling dagloon IVA-uitkering
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn dagloon voor de berekening van een IVA-uitkering, omdat het UWV de WW-uitkering over de periode van 3 september 2007 tot en met 30 september 2007 niet heeft meegenomen. Deze WW-uitkering werd begin oktober 2007 uitbetaald, buiten de referteperiode van 1 oktober 2006 tot en met 30 september 2007.
De rechtbank heeft geoordeeld dat op grond van artikel 2, eerste lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen deze buiten de referteperiode uitbetaalde WW-uitkering niet meegenomen hoeft te worden. De uitbetaling in oktober 2007 was conform de WW-regeling, waarbij uitkeringen achteraf worden betaald. De rechtbank wees ook op de wetsgeschiedenis van de dagloonsystematiek, waarbij de wetgever bewust was van mogelijke nadelige gevolgen voor betrokkenen, maar koos voor vereenvoudiging van de regels.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep van appellant ongegrond verklaard en zich volledig aangesloten bij de overwegingen van de rechtbank. Er zijn geen nieuwe aanknopingspunten gevonden om tot een ander oordeel te komen. De Raad bevestigt daarmee de aangevallen uitspraak en wijst het beroep van appellant af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van het dagloon zonder de WW-uitkering buiten de referteperiode wordt bevestigd.