ECLI:NL:CRVB:2011:BQ2710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling dagloon op basis van WW-uitkering bij IVA-uitkering
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Uwv waarbij het dagloon voor zijn IVA-uitkering werd vastgesteld op basis van zijn WW-uitkering genoten in het refertejaar van 26 maart 2006 tot 26 maart 2007. Hij stelde dat hij als herintreder moest worden aangemerkt, zodat het dagloon gebaseerd zou worden op zijn laatste werkgever, en voerde subsidiariteit aan dat sprake was van overmacht om van de dagloonregels af te wijken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant niet als herintreder kan worden aangemerkt omdat hij in de referteperiode loon ontving in de vorm van een WW-uitkering. Ook het beroep op een hardheidsclausule faalde omdat het Besluit dagloonregels geen dergelijke clausule bevat.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten zonder nieuwe argumenten te leveren waarom het oordeel van de rechtbank onjuist zou zijn. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de motivering van de rechtbank en bevestigde de uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van het dagloon op basis van de WW-uitkering bevestigd.