ECLI:NL:CRVB:2011:BQ2873
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Zowel het UWV als de rechtbank concludeerden na medisch en arbeidskundig onderzoek dat appellant over duurzaam benutbare mogelijkheden beschikt en dat de beperkingen niet zodanig zijn dat volledige arbeidsongeschiktheid kan worden aangenomen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij meer beperkt is dan vastgesteld, onderbouwd met medische stukken en verzocht om een deskundige benoeming. De Raad stelde echter vast dat de medische rapportages van verzekeringsartsen overtuigend motiveren dat appellant geschikt is voor bepaalde functies, waaronder elektromonteur en wikkelaar, met passende beperkingen.
De Raad oordeelde dat de functies passend zijn en dat de door het UWV vastgestelde belastbaarheid juist is. Er was geen aanleiding om een deskundige te benoemen of om een urenbeperking toe te kennen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.