ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging zorgindicatiebesluit wegens onbevoegde aanvraag door arts GGZ-centrum
Appellant verzocht om zorgindicatie op basis van een aanvraag die was ingediend door een arts verbonden aan het GGZ-centrum. CIZ wees de aanvraag toe, maar verklaarde later het bezwaar van appellant ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep stelde appellant dat de aanvraag onrechtmatig was omdat deze niet door hemzelf of een gemachtigde was ingediend, maar door een arts zonder overleg met zijn wettelijk gemachtigde dochter.
De Raad oordeelde dat op grond van het Zorgindicatiebesluit en de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag door de belanghebbende zelf of diens vertegenwoordiger dient te worden gedaan. De Raad stelde vast dat de arts niet bevoegd was om namens appellant de aanvraag in te dienen en dat CIZ zich van deze bevoegdheid had moeten vergewissen. Tevens had CIZ contact moeten zoeken met de dochter die als gemachtigde optrad.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Omdat appellant inmiddels gebruik heeft gemaakt van de indicatie en deze niet ontoereikend bleek, liet de Raad de rechtsgevolgen van het besluit intact. Tevens werd CIZ veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van 2 juli 2007 wordt vernietigd wegens onbevoegde aanvraag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat de indicatie adequaat was.