ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellante verzocht het UWV om terug te komen op het besluit van 11 mei 2007 waarin haar een Wajong-uitkering werd geweigerd wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid op haar 18e verjaardag.
Na afwijzing van bezwaar en beroep door de rechtbank, stelde appellante in hoger beroep dat er wel sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden die herziening konden rechtvaardigen. De Raad verwijst naar vaste rechtspraak op grond van artikel 4:6 Awb Pro dat een verzoek tot terugkomen op een besluit moet worden onderbouwd met nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De Raad oordeelt dat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die tot een ander besluit zouden leiden. Medische rapportage van de bezwaarverzekeringsarts bevestigt dat de genoemde aandoeningen niet aanwezig waren op het moment van het oorspronkelijke besluit. Het WPW-syndroom was reeds bekend bij het eerdere besluit. Daarom wordt de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd en wordt het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden.