ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing beroep tegen intrekking nabetaling toeslag door UWV
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin een bedrag aan nabetaling van toeslag werd ingetrokken. Het oorspronkelijke besluit van 7 augustus 2007 bevatte een terugvordering en een verrekening van bedragen, waarbij een nabetaling van €11.721,38 werd genoemd. Dit bedrag werd echter door het UWV als een systeemfout aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het intrekkingsbesluit van 2 juli 2008 ongegrond, omdat er geen toekenningsbesluit bestond dat recht gaf op de nabetaling. Appellant stelde in hoger beroep dat het besluit van 7 augustus 2007 wel degelijk recht gaf op de nabetaling.
De Raad overwoog dat het besluit van 7 augustus 2007 slechts een terugvordering en verrekening betrof, en dat de vermelding van het nabetalingsbedrag slechts een mededeling was zonder rechten. Bovendien was het intrekkingsbesluit van 2 juli 2008 rechtsgeldig, waardoor de grondslag voor de verrekening verviel.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen aanleiding om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de nabetaling door het UWV wordt bevestigd.