ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3515
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- A.J. Schaap
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke aanstelling deeltijdhoogleraar zonder toezegging vaste aanstelling
Appellant was tijdelijk aangesteld als deeltijdhoogleraar voor de periode van 1 mei 2003 tot en met 30 april 2008. Bij brief van 31 januari 2008 werd hem meegedeeld dat zijn aanstelling per 1 mei 2008 van rechtswege eindigt en dat geen herbenoeming plaatsvindt. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat er sprake was van een toezegging tot voortzetting van het dienstverband, en dat de CAO NU bepalingen bevat over conversie naar een vaste aanstelling. De Raad overwoog dat een tijdelijke aanstelling van rechtswege eindigt na afloop van de termijn, zonder dat opzegging vereist is, en dat de brief van 31 januari 2008 geen opzegging is maar een mededeling van het niet verlengen.
De Raad stelde vast dat de conversiebepalingen in de CAO NU niet van toepassing zijn op de aanstellingsgronden van appellant. Ook was niet gebleken van een ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging door het college, mondeling of schriftelijk. De stelling van appellant dat hij met kennelijke instemming zijn werkzaamheden voortzette, speelde geen rol bij de beoordeling van de aanstelling.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De tijdelijke aanstelling van appellant als deeltijdhoogleraar eindigt rechtsgeldig per 1 mei 2008 zonder toezegging tot vaste aanstelling.