ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3645
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- T. Hoogenboom
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens voldoende medische grondslag
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 45 tot 55% per 26 mei 2008. Hij stelde dat zijn beperkingen niet waren veranderd sinds de eerdere beoordeling in 2006 en betoogde dat het UWV onjuiste normaalwaarden hanteerde bij de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het besluit van het UWV een voldoende medische en arbeidskundige grondslag had. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar bracht geen nieuwe medische informatie in. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de functies medisch geschikt waren en dat de normaalwaarden als referentiekader passend waren.
De Raad benadrukte dat de normaalwaarden slechts een hulpmiddel zijn bij het vaststellen van arbeidsmogelijkheden en dat de exacte hoogte daarvan niet doorslaggevend is. Het hoger beroep slaagde niet en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.