ECLI:NL:CRVB:2011:BR6726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H. Bolt
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering medische en arbeidskundige grondslag
Appellante, voormalig algemeen coördinator, ontving een WAO-uitkering die meerdere malen werd herzien. Het UWV besloot haar arbeidsongeschiktheid per 14 juni 2008 te herzien naar 45-55%, maar appellante betwistte de medische en arbeidskundige grondslag hiervan. De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunten, met name dat het vervallen van een urenbeperking onvoldoende was gemotiveerd en dat de arbeidskundige onderbouwing ontoereikend was. Ook stelde zij dat het UWV onterecht geen uitlooptermijn van zes maanden in acht had genomen en dat sprake was van een verboden reformatio in peius. De Raad verwierp deze bezwaren, maar stelde vast dat het besluit van 28 december 2009, waarin de arbeidsongeschiktheid per 7 mei 2008 op 80-100% werd vastgesteld, onvoldoende was gemotiveerd.
De Raad concludeerde dat de motivering van het UWV niet overtuigend was, met name omdat de relativering van de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) niet toereikend werd onderbouwd. Daarom werd het besluit vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro. De Raad droeg het UWV op binnen acht weken het gebrek in het besluit te herstellen, omdat de aard van het gebrek zich niet leent voor een andere herstelwijze.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en volledige motivering van medische en arbeidskundige beoordelingen bij herziening van WAO-uitkeringen en bevestigt dat bestuursrechtelijke procedures dit kritisch toetsen.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de WAO-uitkering is vernietigd wegens onvoldoende motivering en het UWV is opgedragen het besluit te herstellen.