ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3749
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kwijtschelding resterende terugvordering bijstand ondanks persoonlijke omstandigheden
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede om het resterende teruggevorderde bedrag van €12.267,74 aan bijstand niet kwijt te schelden. Het College had dit verzoek afgewezen op grond van artikel 6 van Pro de Beleidsregel Terugvordering 2004. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad stelt vast dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 6 van Pro het beleid, omdat hij noch een bedrag van minimaal 50% van de restschuld in één keer heeft afgelost, noch vijf jaar aan betalingsverplichtingen heeft voldaan. Appellant voerde persoonlijke omstandigheden aan, zoals het overlijden van zijn echtgenote, zorg voor vijf kinderen, financiële problemen en medische klachten. Deze omstandigheden vormen volgens de Raad echter geen dringende reden om van verdere invordering af te zien.
De Raad benadrukt dat de bevoegdheid tot kwijtschelding discretionair is en dat het beleid niet in strijd is met algemeen verbindende voorschriften. Tevens wijst de Raad erop dat appellant het College kan verzoeken zijn aflossingscapaciteit opnieuw te laten berekenen. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering tot kwijtschelding van het resterende teruggevorderde bedrag wordt bevestigd.