ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3857
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende toekenning halfwezenuitkering na herhaalde aanvraag
Appellante, die sinds 1975 ongehuwd samenwoonde met haar partner, diende na diens overlijden een aanvraag in voor een halfwezenuitkering voor haar kind. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde aanvankelijk de uitkering met terugwerkende kracht toe te kennen vanwege het overlijden vóór de inwerkingtreding van de Algemene nabestaandenwet (ANW) en het ontbreken van rechtsmiddelen tegen dat besluit.
Na een herhaalde aanvraag in 2007 kende de Svb de halfwezenuitkering toe met ingang van januari 2006, maar niet verder terugwerkend. Appellante stelde dat er sprake was van nieuwe feiten en dat de Svb op grond van Europees recht verplicht was het besluit met terugwerkende kracht te herzien.
De Raad oordeelde dat de herhaalde aanvraag niet tot een volledige heroverweging leidt en dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die herziening rechtvaardigen. Ook het beroep op het arrest Kühne & Heitz faalde omdat niet aan de voorwaarden was voldaan. De Raad bevestigde dat de Svb terecht een onderscheid maakte in de behandeling van verschillende groepen en dat het bestreden besluit rechtmatig was.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de halfwezenuitkering niet met verdergaande terugwerkende kracht dan één jaar wordt toegekend.