ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens ontbreken causaal verband met onrechtmatig UWV-besluit
Appellant heeft bij het UWV een verzoek om schadevergoeding ingediend wegens vermeende onrechtmatige besluiten omtrent zijn WW- en ZW-uitkeringen. Het UWV wees dit verzoek af, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat meerdere onrechtmatige besluiten zijn genomen die tot schade hebben geleid.
De Raad overwoog dat hoewel het besluit van 17 januari 2002 tot toekenning van een ZW-uitkering onrechtmatig was, de schade niet voortvloeit uit dit besluit maar uit het faillissement van de werkgever die geen loon meer betaalde. De besluiten omtrent de WW-uitkering waren rechtmatig bevonden in eerdere procedures. Het causale verband tussen het onrechtmatige besluit en de schade ontbrak, waardoor het UWV niet aansprakelijk kon worden gesteld.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding tot toekenning van proceskosten. De schadevergoeding werd afgewezen omdat de schade niet aan het UWV kon worden toegerekend.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat de schade niet aan het UWV kan worden toegerekend.