ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3997
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening van bestuursrechtelijke uitspraak over vrij te laten uren
Verzoeker heeft een verzoek om herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 29 april 2009, waarin het UWV terecht geen aanleiding zag voor het aannemen van vrij te laten uren. Verzoeker stelde dat hij al sinds 1988 werkzaamheden als dagbladbezorger verrichtte naast fulltime dienstverbanden, wat volgens hem een nieuw feit was.
De Raad overwoog dat het rechtsmiddel van herziening alleen kan worden toegepast op feiten die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, die bij de verzoeker niet bekend waren en redelijkerwijs ook niet bekend konden zijn, en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Uit de beoordeling bleek dat het aangevoerde feit niet als nieuw kon worden beschouwd, omdat het verzoeker bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn.
Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 mei 2011.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen omdat het aangevoerde feit niet nieuw was en redelijkerwijs bekend had kunnen zijn.