ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4175
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beëindiging recht op ziekengeld wegens herstel arbeidsgeschiktheid
Appellant, werkzaam als pijpfitter/bankwerker, meldde zich ziek in september 2007 met diverse klachten waaronder spanningsklachten en ontregelde diabetes. Het UWV besloot in april 2008 het ziekengeld stop te zetten omdat appellant niet langer ongeschikt werd geacht voor zijn werk. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard.
In mei 2008 meldde appellant zich opnieuw ziek wegens verergerde psychische klachten. Het UWV stelde opnieuw vast dat appellant niet ongeschikt was voor arbeid en beëindigde het ziekengeld per december 2008. Ook tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt en afgewezen.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze uitspraken en ziet geen reden voor herziening. De medische rapportages, waaronder die van verzekeringsartsen en een psychiater, ondersteunen het standpunt dat appellant zijn werk kan hervatten. De Raad bevestigt de beëindiging van het recht op ziekengeld en wijst proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld omdat hij niet langer ongeschikt is voor zijn arbeid.