ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellant was sinds oktober 2007 werkzaam als terreinmedewerker en meldde zich ziek in maart 2008 na een busongeval. Het UWV verklaarde hem per 17 juli 2008 geschikt voor zijn werk, waarna de uitkering werd stopgezet. Appellant voerde aan dat hij leed aan PTSS en daardoor niet kon werken.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig had onderzocht en dat het psychologisch rapport geen objectief bewijs leverde van ongeschiktheid. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en overhandigde nieuwe medische rapporten van een psycholoog en psychiater die PTSS stelden vast te hebben gesteld.
De Raad concludeerde dat deze latere diagnose niet aantoonde dat de beperkingen al op de peildatum 17 juli 2008 bestonden. Zowel de verzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts hadden geen aanwijzingen gevonden voor psychiatrische beperkingen die werkhervatting onmogelijk maakten. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant per 17 juli 2008 niet ongeschikt was voor zijn arbeid en dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd.