ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4666

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-4804 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstel WIA-uitkering na intrekking en vernietiging eerdere besluiten

Appellant was aanvankelijk met ingang van 24 februari 2009 geen recht meer toegekend op een WIA-uitkering door het UWV. Na bezwaar en beroep werd dit besluit door de rechtbank Leeuwarden deels vernietigd, waarbij werd bepaald dat appellant recht had op een WIA-uitkering tot 14 juli 2009, waarna de uitkering werd ingetrokken.

In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep heeft het UWV zijn standpunt herzien en erkend dat appellant over de periode van 14 juli 2009 tot 10 september 2009 alsnog recht heeft op een WIA-uitkering. Dit leidde tot vernietiging van het deel van de uitspraak waarin de uitkering per 14 juli 2009 werd ingetrokken.

De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant in hoger beroep en tot vergoeding van het griffierecht. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige beoordeling van arbeidsongeschiktheid en het recht op uitkering gedurende de betwiste periode.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de intrekking van de WIA-uitkering per 14 juli 2009 en bepaalt dat appellant recht heeft op een WIA-uitkering over die periode.

Uitspraak

10/4804 WIA
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 21 juli 2010, 09/2330 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 13 mei 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. J.J. Achterveld, advocaat te Leeuwarden, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 april 2011. Appellant is, zoals tevoren was bericht, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D. de Jong.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 11 augustus 2009 heeft het Uwv ongegrond verklaard het bezwaar van appellant tegen zijn besluit van
24 december 2008, waarbij appellants uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) met ingang van 24 februari 2009 is beëindigd.
1.2. Bij besluit op bezwaar van 25 november 2009 heeft het Uwv zijn besluit van 9 september 2009 gehandhaafd. Bij het laatstgenoemde besluit heeft het Uwv aan appellant meegedeeld dat hij met ingang van 20 mei 2009 geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet WIA.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 11 augustus 2009 gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en het besluit van 24 december 2008 herroepen voor zover daarin is bepaald dat appellant met ingang van 24 februari 2009 geen recht heeft op een uitkering ingevolge de Wet WIA. Tevens heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 25 november 2009 gegrond verklaard, dit besluit vernietigd voor zover daarin is bepaald dat appellant per 20 mei 2009 geen recht heeft op een uitkering ingevolge de Wet WIA. De rechtbank heeft bepaald dat appellant per 24 februari 2009 alsnog recht heeft op zijn WIA-uitkering en dat deze uitkering wordt ingetrokken per
14 juli 2009.
3.1. Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak voor zover daarbij is bepaald dat de WIA-uitkering wordt ingetrokken per 14 juli 2009.
3.2. Ter zitting van de Raad is gebleken dat appellant bij besluit van 21 september 2009 met ingang van 10 september 2009 weer volledig arbeidsongeschikt wordt geacht en in aanmerking is gebracht voor een WGA-uitkering. Naar aanleiding van het verhandelde ter zitting stelt de Raad vast dat het Uwv het in het besluit van 25 november 2009 vervatte standpunt niet langer handhaaft en dat appellant over de periode van 14 juli 2009 tot 10 september 2009 alsnog in aanmerking zal worden gebracht voor een WIA-uitkering. Dit heeft tot gevolg dat de aangevallen uitspraak vernietigd moet worden in zoverre daarin is bepaald dat de uitkering van appellant wordt ingetrokken per 14 juli 2009.
4. De Raad acht termen aanwezig appellant op grond van artikel 8:75 van Pro de Awb te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 437,- voor rechtsbijstand.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover daarin is bepaald dat de uitkering van appellant wordt ingetrokken per
14 juli 2009;
Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant in hoger beroep tot een bedrag groot € 437,-;
Bepaalt dat het Uwv aan appellant het betaalde griffierecht van € 111,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en J.P.M. Zeijen en P.J. Stolk als leden, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2011.
(get.) J.W. Schuttel
(get.) D.E.P.M. Bary
EF