ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- H.G. Rottier
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenbehandelingstelling WW-aanvraag wegens ontbreken loonstrook oktober 2008
Appellant vroeg op 27 oktober 2008 een WW-uitkering aan na beëindiging van zijn werkzaamheden. Het UWV verzocht om aanvullende stukken, waaronder loonstroken van december 2007 tot en met oktober 2008. Hoewel appellant loonstroken tot september 2008 overhandigde, ontbrak de loonstrook van oktober 2008.
Het UWV stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro, omdat de gevraagde loonstrook ontbrak en appellant niet tijdig de gevraagde stukken aanleverde. Appellant maakte bezwaar, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat appellant geen geldige reden had om de loonstrook over oktober niet te kunnen overleggen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij in oktober 2008 niet had gewerkt en daarom geen loonstrook had ontvangen. De Raad concludeerde echter dat voor een juiste beoordeling van de aanvraag inzicht in de laatste salarisbetaling noodzakelijk is en dat de werkgever verplicht is een loonstrook te verstrekken. De Raad oordeelde dat het UWV terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV om de WW-aanvraag buiten behandeling te stellen wegens het ontbreken van de loonstrook over oktober 2008.