ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet-meewerken aan rechtmatigheidsonderzoek
Appellant ontving sinds december 2007 bijstand op grond van de WWB. Het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage heeft de bijstand opgeschort en vervolgens ingetrokken omdat appellant niet is verschenen op een gesprek en niet de gevraagde gegevens heeft verstrekt. Appellant kreeg een hersteltermijn, maar maakte hier geen gebruik van. Na een eerdere uitspraak van de rechtbank waarin het College werd opgedragen een nieuw besluit te nemen, heeft het College de intrekking gehandhaafd.
Appellant voerde aan dat het recht op bijstand over de periode van december 2008 tot augustus 2009 onaantastbaar was geworden en dat hij niet kon worden verweten niet te zijn verschenen vanwege persoonlijke problemen met bijstandsambtenaren. De Raad oordeelde dat appellant niet binnen de gestelde termijnen de gevraagde gegevens had verstrekt en niet was verschenen. Tevens had appellant geen medische gronden aannemelijk gemaakt die hem redelijkerwijs konden vrijwaren van zijn verplichtingen.
Het medisch onderzoek door de GGD kon niet plaatsvinden omdat appellant geen toestemming gaf voor inzage in zijn medische gegevens. De Raad stelde vast dat appellant ook na een uitstel geen toestemming verleende. De Raad concludeerde dat het College terecht de bijstand had opgeschort en ingetrokken en dat de rechtbank de beroepen terecht ongegrond had verklaard. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens niet-meewerken aan het rechtmatigheidsonderzoek wordt bevestigd.