ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- H.G. Rottier
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij volle brievenbus
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van het UWV betreffende een aanvraag uitkering op grond van de Werkloosheidswet. Het bestreden besluit was op 20 februari 2009 verzonden, maar de postbezorging faalde aanvankelijk door een volle brievenbus, waarna het besluit op 26 februari 2009 opnieuw aangetekend werd verzonden.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het na de wettelijke termijn van zes weken was ingediend. Appellant voerde aan dat de volle brievenbus niet de zijne was en dat de termijn pas na de aangetekende verzending van 26 februari was gestart.
De Raad oordeelde dat de termijn aanving op 21 februari 2009, ongeacht de bezorgproblemen, en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 mei 2011.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.