ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5581
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning Wajong-uitkering met intrededatum arbeidsongeschiktheid 1 juli 1996
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem een Wajong-uitkering toe te kennen met ingang van 26 november 2006, waarbij de eerste arbeidsongeschiktheidsdag werd vastgesteld op 1 januari 1996. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het UWV-standpunt bevestigd.
In hoger beroep heeft appellant volgehouden dat hij pas in juli of augustus 1996 arbeidsongeschikt werd en dat hij zijn studie eind 1995 feitelijk had beëindigd. De Centrale Raad van Beroep heeft het bewijs en de medische rapportages beoordeeld en concludeert dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat appellant vóór juli 1996 geestelijke beperkingen had die arbeid belemmerden.
De Raad neemt daarom 1 juli 1996 als eerste dag van arbeidsongeschiktheid aan, aansluitend bij het eerste psychiatrische consult. Tevens is vastgesteld dat appellant in het jaar voorafgaand aan deze datum als student ten minste 20 uur per week aan studieactiviteiten besteedde, waardoor hij voldeed aan de fictieve inkomenseis voor studenten.
Op deze gronden bevestigt de Raad het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de toekenning van de Wajong-uitkering rechtsgeldig is vastgesteld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van de Wajong-uitkering met ingang van 26 november 2006 en stelt de eerste arbeidsongeschiktheidsdag vast op 1 juli 1996.