ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5957
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering Wazo- en ZW-uitkeringen wegens gefingeerde dienstbetrekking
Appellante ontving uitkeringen op grond van de Wazo, WW en ZW, welke door het Uwv zijn herzien en teruggevorderd op basis van het project 'Schijn bedriegt', dat concludeerde dat sprake was van een gefingeerde dienstbetrekking met haar werkgever.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt daadwerkelijk arbeid te hebben verricht en dat zij ten onrechte als werknemer werd aangemerkt. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar vrijspraak in een strafzaak het tegendeel bewees.
De Raad oordeelde dat het strafrechtelijke oordeel niet relevant is voor de bestuursrechtelijke vraag en bevestigde dat het Uwv voldoende feiten had aangedragen waaruit bleek dat er geen echte dienstbetrekking was. De verklaringen van appellante waren inconsistent en onvoldoende onderbouwd, terwijl het Uwv kon steunen op processen-verbaal en verklaringen van de werkgever.
Daarom is het bestreden besluit, dat de uitkeringen herzag en terugvorderde, terecht genomen en wordt het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van de Wazo- en ZW-uitkeringen wegens gefingeerde dienstbetrekking wordt bevestigd.