ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6021
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen en oncontroleerbare inkomsten
Appellant ontving bijstand over de periode van november 2007 tot maart 2009. Een onderzoek van de gemeente Amsterdam toonde aan dat appellant inkomsten uit werkzaamheden bij Randstad Uitzendbureau verzweeg en dat er wisselende kasstortingen op zijn bankrekening stonden waarvan de herkomst onduidelijk was. Appellant verklaarde dat hij via Western Union geld van derden ontving om voor hen betalingen te doen.
Het College herzag de bijstand en vorderde een bedrag van € 12.426,07 terug wegens verzwegen en oncontroleerbare inkomsten. Appellant stelde in hoger beroep dat bepaalde kasstortingen van derden waren en niet tot zijn middelen behoorden, onderbouwd met bankafschriften.
De Raad oordeelde dat het aan appellant was om aannemelijk te maken dat de kasstortingen niet tot zijn middelen behoorden. De bankafschriften en overige stukken boden echter geen objectief en verifieerbaar bewijs dat de kasstortingen afkomstig waren van derden bestemd voor betalingen aan hen. Ook was er geen aantoonbaar verband tussen stortingen en uitgaande betalingen. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering bevestigd.