ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6308
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag periodieke uitkering op grond van Wubo wegens onvoldoende verband psychische klachten met internering
Appellante, geboren in 1938 in Nederlands-Indië, verzocht om een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), vanwege psychische klachten die zij toeschrijft aan haar internering tijdens de Japanse bezetting. De Pensioen- en Uitkeringsraad (voorheen Raadskamer WUBO van de PUR) wees dit verzoek af, stellende dat de klachten niet in voldoende mate verband houden met de internering.
De Raad liet appellante medisch onderzoeken door geneeskundig adviseurs en een door de Raad benoemde psychiater, maar appellante verscheen niet voor het laatste onderzoek. De medische adviezen concludeerden dat haar psychische klachten hoofdzakelijk voortkomen uit andere oorzaken dan de internering, zoals de Bersiap-periode en latere gebeurtenissen.
Appellante gaf aan dat het verblijf in het interneringskamp relatief veiliger was dan de periode erna en dat zij vooral angst heeft overgehouden aan de Bersiap-periode. De Raad oordeelt dat op basis van de beschikbare gegevens onvoldoende is aangetoond dat haar klachten in betekenende mate het gevolg zijn van de internering.
Daarom verklaart de Raad het beroep ongegrond en wijst de aanvraag af. Tevens wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de psychische klachten niet in betekenende mate zijn toe te schrijven aan de internering tijdens de Japanse bezetting.