ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing studiefinanciering voor studie in Australië aan buitenlander zonder eerdere Nederlandse studiefinanciering
Appellant, van Litouwse afkomst en met een relatief kort verblijf in Nederland, vroeg studiefinanciering aan voor een studie in Australië. De Minister wees dit verzoek af omdat appellant niet behoort tot de groep buitenlanders die gelijkgesteld worden met Nederlanders voor studiefinanciering.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant geen aanspraak kan maken op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of het gemeenschapsrecht. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij op basis van informatie van een Servicepunt van de Minister en een print van de website mocht vertrouwen op toekenning van studiefinanciering.
De Raad overwoog dat het voldoen aan de extra voorwaarden voor studiefinanciering in het buitenland niet automatisch betekent dat ook aan alle overige voorwaarden is voldaan. Daarnaast kon de Raad geen bewijs vinden voor toezeggingen door de Minister aan de stiefvader van appellant. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van studiefinanciering voor appellant wegens niet voldoen aan voorwaarden en ontbreken van toezeggingen.