ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
Appellant voerde aan dat de bestuursrechtelijke procedures tegen besluiten van het UWV en de Staat der Nederlanden onredelijk lang hebben geduurd, wat leidde tot een overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank Maastricht had eerder vastgesteld dat de redelijke termijn in de periode van 25 oktober 2004 tot 12 mei 2006 niet was overschreden, maar dat de periode vanaf 25 juni 2007 tot 23 juni 2010 wel een overschrijding van ruim een jaar betrof, wat een schadevergoeding van €1.500 rechtvaardigde.
In hoger beroep betwistte appellant dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de eerdere periode niet meetelde en stelde dat de totale duur van de procedures ruim 54 maanden bedroeg, wat een hogere schadevergoeding zou moeten opleveren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de uitspraak van 24 maart 2009, waarin de redelijke termijn voor de periode 2004-2006 werd beoordeeld, definitief was omdat daartegen geen hoger beroep was ingesteld. Daarom kon die periode niet meer worden meegeteld.
De Raad bevestigde dat de redelijke termijn vanaf 25 juni 2007 tot de uitspraak van 21 december 2009 was overschreden met bijna een jaar, wat een schadevergoeding van €1.500 rechtvaardigt. De Raad wees ook het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 1 juni 2011 door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van een schadevergoeding van €1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.