ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering niet gerechtvaardigd wegens onduidelijkheid bankrekeningen
Appellanten ontvingen sinds 1992 bijstand en werden geconfronteerd met intrekking en terugvordering van bijstand op grond van het niet melden van bankrekeningen die op naam stonden van hun minderjarige zoon en diens grootmoeder. De gemeente Dordrecht voerde een onderzoek uit na een anonieme tip over bezit van auto's en werkzaamheden. De bankrekeningen waren geopend door de grootmoeder voor de studie van haar kleinzoon, en appellanten waren niet op de hoogte van deze rekeningen.
De rechtbank had de besluiten tot intrekking en terugvordering vernietigd wegens ondeugdelijke grondslag, maar het Dagelijks Bestuur handhaafde deze besluiten op andere gronden. De Centrale Raad oordeelt dat appellanten niet in strijd met hun inlichtingenverplichting hebben gehandeld, omdat zij niet betrokken waren bij het openen van de rekeningen en er onvoldoende bewijs is dat zij over de tegoeden konden beschikken.
Ook de weigering van de langdurigheidstoeslag wordt vernietigd vanwege gebrek aan juiste motivering. Ten aanzien van de bijzondere bijstand voor kosten van rechtsbijstand oordeelt de Raad dat deze ten onrechte werd geweigerd voor de periode van 19 december 2006 tot 1 mei 2007 en kent alsnog € 46,- toe.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak en de besluiten van het Dagelijks Bestuur, herroept eerdere besluiten en beveelt een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden vernietigd en bijzondere bijstand voor rechtsbijstandskosten wordt toegekend.