ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Studiefinanciering partner en partnertoeslag correct in mindering gebracht op bijstandsuitkering
Appellant ontving bijstand als alleenstaande ouder, terwijl zijn partner studiefinanciering ontving als uitwonende studente. De Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente Breda bracht de inkomsten uit studiefinanciering en de partnertoeslag in mindering op de bijstand, met toepassing van een afbouwregeling die de norm wijzigde van alleenstaande ouder naar gehuwdennorm.
De rechtbank stelde in eerste aanleg dat de ingangsdatum van de afbouwregeling verkeerd was vastgesteld en bepaalde deze op 1 oktober 2008. Appellant stelde in hoger beroep dat de studiefinanciering niet als inkomen mocht worden gezien en dat de afbouwregeling later had moeten ingaan.
De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had beslist over de rechtmatigheid van de korting van studiefinanciering en vernietigde dat deel van het vonnis. De Raad bevestigde dat studiefinanciering en partnertoeslag volgens de WWB als inkomen moeten worden beschouwd en dat de ingangsdatum van de afbouwregeling terecht op 1 oktober 2008 is gesteld.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de Commissie ten onrechte geen vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand had toegekend en veroordeelde zij de Commissie in de proceskosten van appellant. Het hoger beroep werd daarmee deels ongegrond verklaard en deels bevestigd.
Uitkomst: De studiefinanciering en partnertoeslag van de partner zijn terecht in mindering gebracht op de bijstand en de ingangsdatum van de afbouwregeling is vastgesteld op 1 oktober 2008.