ECLI:NL:CRVB:2011:BR4031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatigheid weigering langdurigheidstoeslag op grond van ondeugdelijke motivering
Appellant ontving sinds 2004 bijstand en verzocht in 2008 om een langdurigheidstoeslag. De Commissie Sociale Zekerheid van Breda wees dit verzoek af omdat appellant niet aan de voorwaarden van artikel 36 WWB Pro zou voldoen, onder meer vanwege een verlaging van zijn bijstand en het feit dat zijn partner studiefinanciering ontving.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de opgelegde verlaging van de bijstand een belemmering vormde voor de toekenning van de toeslag. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad constateerde dat de motivering van de Commissie onvoldoende was, met name omdat niet was onderbouwd dat het gezinsinkomen de bijstandsnorm overschreed en dat de koppeling tussen arbeidsmarktperspectief en studiefinanciering niet juist was toegepast. Ook was de verlaging van de bijstand onrechtmatig verklaard in een eerdere uitspraak.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg de Commissie op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de motivering adequaat moet worden hersteld en rekening gehouden moet worden met de juiste systematiek rond studiefinanciering en bijstand.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van langdurigheidstoeslag wordt vernietigd en de Commissie krijgt opdracht tot hernieuwde besluitvorming binnen acht weken.