ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7542
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- M.C. Bruning
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Onvoorwaardelijk ontslag wegens plichtsverzuim niet evenredig verklaard door Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst en later de Dienst Terugkeer en Vertrek, werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, waaronder onjuiste declaraties en vermeend structureel te weinig werken. De rechtbank vernietigde dit ontslag en oordeelde dat het plichtsverzuim niet ernstig genoeg was voor ontslag. De minister nam daarop een nieuw ontslagbesluit wegens ongeschiktheid.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het structureel te weinig werken niet was vastgesteld en dat onjuiste declaraties en het niet afschrijven van verlof als plichtsverzuim konden worden aangemerkt, maar niet in alle gevallen ernstig waren. De Raad vond dat het onvoorwaardelijk ontslag niet evenredig was, mede omdat betrokkene niet op zijn gedrag was aangesproken en de leidinggevende de onjuiste declaraties had geaccordeerd.
De Raad vernietigde het nieuwe ontslagbesluit en beval een nieuwe beslissing op bezwaar. Tevens veroordeelde de Raad de minister in de proceskosten van betrokkene. Hiermee werd bevestigd dat de sanctie van ontslag niet passend was gegeven de omstandigheden en het ontbreken van een correcte procedure.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk ontslag wegens plichtsverzuim is niet evenredig en het besluit wordt vernietigd met opdracht tot een nieuwe beslissing.