ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) als alleenstaande met toeslag. Na onderzoek bleek dat appellant niet daadwerkelijk woonachtig was op het opgegeven adres, maar bij gezinnen inwoonde zonder huur te betalen. Op basis hiervan trok het College de bijstand met ingang van 5 april 2007 in en vorderde de ten onrechte ontvangen bijstand terug.
Appellant maakte bezwaar en stelde onder meer dat de verklaring van een hoofdbewoner tijdens een huisbezoek niet meegenomen mocht worden, dat hij wel degelijk duidelijkheid had gegeven over zijn woonsituatie en dat terugvordering vanwege zijn financiële situatie onredelijk was. De rechtbank wees het beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad oordeelde dat de verklaring van de hoofdbewoner rechtsgeldig was verkregen, dat appellant niet woonde op het opgegeven adres, dat hij de inlichtingenverplichting had geschonden en dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. De financiële situatie van appellant bood geen grond om het besluit te wijzigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.