ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8155
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Appellant, geboren in 1930 in Nederlands-Indië, diende in januari 2009 een aanvraag in voor erkenning als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Zijn aanvraag werd afgewezen door de Pensioen en Uitkeringsraad, waarna appellant beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
Appellant voerde aan dat hij tijdens de Japanse bezetting en de daaropvolgende Bersiap-periode ontberingen, vervolging en vrijheidsberoving had ondergaan, onder meer door onderbrenging in een extremistenkamp. Zijn broer was erkend als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo).
De Raad overwoog dat de Wuv vervolging definieert als handelingen of maatregelen door vijandelijke bezettende machten in de periode 1940-1945 gericht tegen personen op grond van ras, geloof, wereldbeschouwing, homoseksualiteit of Europese afkomst, die leiden tot vrijheidsberoving of onderduiken. De omstandigheden van de Japanse bezetting en de Bersiap-periode vallen niet onder deze definitie. Bovendien was er geen bewijs van zware mishandeling of excessief geweld bij het wegvoeren van appellant's vader, zodat ook geen gelijkstelling met vervolging kon worden toegepast.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 juni 2011.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot erkenning als vervolgingsslachtoffer wordt afgewezen.