ECLI:NL:CRVB:2015:475
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op gelijkstelling met vervolging op grond van Wuv wegens ontbreken excessief geweld
Appellant diende in oktober 2011 een aanvraag in op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), stellende dat zijn vader deel uitmaakte van het verzet en hij zelf aanwezig was bij diens arrestatie en mishandeling in 1941. De vader keerde na de oorlog terug uit gevangenschap, maar was zodanig veranderd dat normaal contact niet meer mogelijk was, wat bij appellant psychische klachten veroorzaakte.
Verweerder wees de aanvraag af omdat niet was vastgesteld dat appellant zelf vervolging had ondergaan en geen aanleiding bestond hem met de vervolgde gelijk te stellen. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard. Appellant stelde beroep in, maar deed dit na de wettelijke termijn. De Raad oordeelde echter dat de termijnoverschrijding verontschuldigbaar was vanwege een onvoorziene ziekenhuisopname van zijn echtgenote in Frankrijk.
De kern van het geschil betrof de weigering van gelijkstelling met de vervolgde op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wuv. Verweerder hanteert het beleid dat aanwezigheid bij het wegvoeren van een ouder alleen tot gelijkstelling leidt indien dit gepaard ging met excessief geweld. Uit het dossier bleek dat de vader bij arrestatie in het gezicht werd geslagen, wat indruk maakte op de toen zesjarige appellant, maar dit werd niet als excessief geweld aangemerkt. Andere gronden voor gelijkstelling ontbraken. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat niet is vastgesteld dat bij de arrestatie van de vader excessief geweld is toegepast.