ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8209
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terug te komen op eerdere besluiten WW-uitkering zonder nieuwe feiten
Appellante heeft verzocht om terug te komen op twee eerdere besluiten van het UWV, waarbij haar een WW-uitkering was geweigerd en later beëindigd. Het UWV wees deze verzoeken af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat appellante geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die een herziening konden rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen deze afwijzingen ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellante dat een uitspraak van de Raad van 17 september 2008 een nieuw feit vormde, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat latere rechtspraak op zichzelf geen nieuw feit is volgens vaste jurisprudentie.
Verder was appellante bekend met de feiten die ten grondslag lagen aan de oorspronkelijke besluiten en had zij tegen die besluiten geen rechtsmiddelen meer ingesteld, waardoor deze in rechte onaantastbaar waren geworden. De Raad bevestigde dat het UWV bevoegd was de verzoeken af te wijzen en bevestigde de aangevallen uitspraken van de rechtbank.
Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht weigert terug te komen op eerdere besluiten omdat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd.