ECLI:NL:CRVB:2008:BF7452
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV over toekenning tweede WW-recht wegens onjuiste kwalificatie cyclische arbeid
Appellante was werkzaam als oproepkracht bij twee werkgevers, waarbij het UWV haar recht op een tweede WW-uitkering per 16 juli 2004 had ontzegd omdat haar werkzaamheden bij de eerste werkgever als cyclische arbeid werden beschouwd. De rechtbank had dit standpunt van het UWV overgenomen, maar stelde het gemiddeld aantal arbeidsuren per week onjuist vast.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het UWV terecht is teruggekomen van het standpunt dat de werkzaamheden cyclisch waren, waardoor de ontzegging van het tweede WW-recht onjuist was. De Raad vernietigt de bestreden besluiten en de aangevallen uitspraak voor zover deze het tweede WW-recht betreffen.
Verder wijst de Raad het verzoek van appellante af om het UWV te veroordelen tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, aangezien de procedure nog geen vier jaar duurde. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten van het UWV die het tweede WW-recht ontzegden en wijst het verzoek tot schadevergoeding wegens termijnoverschrijding af.