ECLI:NL:CRVB:2010:BO4339
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing terugwerkende bijstandsverlening wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant verzocht om bijstand met terugwerkende kracht over de periode van 1 juli 2005 tot en met 19 december 2007. Het College van burgemeester en wethouders van Lelystad had eerdere besluiten genomen tot opschorting, intrekking en afwijzing van bijstandsaanvragen vanwege onvoldoende verstrekte inlichtingen en een te hoog vermogen. Deze besluiten waren in rechte onaantastbaar geworden.
De Raad onderscheidde verschillende periodes: voor de periodes waarover al besluiten waren genomen, moest appellant nieuwe feiten of veranderde omstandigheden aantonen om terug te komen op eerdere besluiten. Voor de periodes zonder eerdere besluitvorming geldt dat bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt verleend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe feiten of bijzondere omstandigheden had aangetoond. Ook de door appellant aangevoerde eerdere uitspraak van de Raad vormde geen grond voor terugwerkende bijstand. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten en verbeterde de gronden van de rechtbankuitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om terugwerkende bijstand wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of bijzondere omstandigheden.