ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8482
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.J.M. Heijs
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens weigering passend werk ondanks rugklachten
Appellant ontving bijstand en nam deel aan een re-integratietraject. In januari 2008 werden hem twee functies aangeboden, rekening houdend met zijn medische beperkingen, waaronder rugklachten. Appellant weigerde deze functies, waaronder werk in een chocoladefabriek met vroege werktijden.
Het College verlaagde daarop de bijstand met 100% voor één maand wegens zeer ernstig tekortschieten in het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze verlaging ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de vroege werktijden en rugklachten de functies ongeschikt maakten en dat de verlaging disproportioneel was. De Raad oordeelde dat vroege werktijden op zichzelf geen reden zijn om het werk niet passend te achten en dat de belemmeringen niet met objectieve gegevens waren aangetoond.
De Raad bevestigde dat appellant verwijtbaar zijn verplichtingen niet was nagekomen en dat de verlaging van 100% voor één maand in overeenstemming was met de toepasselijke regelgeving. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% gedurende één maand wordt bevestigd wegens weigering van passend werk.