ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8566
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit onrechtmatige inhouding Ioaw-uitkering en schadevergoeding
Appellant ontving een Ioaw-uitkering die werd beëindigd toen hij 65 jaar werd. Vanaf mei 2005 hield het College maandelijks € 80,78 in vanwege beslag van de Belastingdienst. In oktober 2008 vond abusievelijk geen inhouding plaats, maar in november en december 2008 werd het bedrag weer ingehouden. Appellant maakte bezwaar tegen deze inhoudingen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het beslag niet-ontvankelijk en het bezwaar tegen de inhouding ongegrond. Appellant verzocht tweemaal om wraking van de rechter; het tweede verzoek werd op grond van misbruik niet in behandeling genomen. In hoger beroep stelde appellant dat het beslag onterecht was en dat het College onrechtmatig inhoudingen had gedaan, met een verzoek tot schadevergoeding van € 200.000.
De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht het tweede wrakingsverzoek niet in behandeling nam. Het College erkende dat de inhoudingen over november en december 2008 onterecht waren en herzag het besluit van 20 maart 2009. De Raad verklaarde het beroep tegen dat besluit gegrond en vernietigde het besluit. Het beroep tegen het besluit van 1 juli 2010, waarin het College de onrechtmatige inhoudingen corrigeerde, werd ongegrond verklaard.
De Raad wees het verzoek tot schadevergoeding af, behalve voor de wettelijke rente over de nabetaling van de onterecht ingehouden bedragen, vastgesteld op € 16. Verder werd geen vergoeding voor griffierechten of belastingschade toegekend wegens gebrek aan concrete onderbouwing. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 20 maart 2009 wordt gegrond verklaard en het College veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de onrechtmatige inhoudingen.