ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8707
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluit tot inhouding op Ioaw-uitkering ondanks wrakingsverzoeken
Appellant ontvangt een uitkering op grond van de Ioaw, waarop de Belastingdienst beslag heeft gelegd wegens een belastingschuld van € 8.291. Het College van burgemeester en wethouders van Apeldoorn heeft op basis hiervan een maandelijkse inhouding van € 80,78 op de uitkering doorgevoerd. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, dat door het College is afgewezen omdat het als derde-beslagene gehouden is tot volledige medewerking.
Vervolgens heeft appellant beroep ingesteld bij de rechtbank, waarbij hij meerdere verzoeken tot wraking van rechters heeft ingediend. Deze verzoeken zijn door verschillende wrakingskamers afgewezen, waarbij is vastgesteld dat sprake was van misbruik van wrakingsrecht en dat verdere verzoeken niet in behandeling worden genomen. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en het College in het gelijk gesteld.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep heeft appellant opnieuw een wrakingsverzoek ingediend en verzocht om schadevergoeding. De Raad oordeelt dat het derde wrakingsverzoek terecht buiten behandeling is gelaten en dat appellant geen andere beroepsgronden heeft aangevoerd. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.