ECLI:NL:CRVB:2008:BG0276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken om wraking van raadsheren in sociale zekerheidszaken
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Zutphen in drie verschillende sociale zekerheidszaken. Voor aanvang van de zitting heeft verzoeker verzocht om wraking van de raadsheren Van den Hurk, Van Viegen en Bandringa. Deze verzoeken zijn ingediend op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad heeft overwogen dat wraking alleen kan worden toegewezen indien feiten en omstandigheden zijn aangevoerd die een schending van de rechterlijke onpartijdigheid aannemelijk maken. De Raad benadrukt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor partijdigheid.
De Raad concludeert dat de wrakingsverzoeken slechts kritiek bevatten op de behandeling van de zaken door overheidsinstanties en de rechtbank, zonder enige concrete aanwijzing voor partijdigheid van de raadsheren. Daarom worden de verzoeken afgewezen. Tevens worden toekomstige wrakingsverzoeken van dezelfde aard niet in behandeling genomen.
Uitkomst: De verzoeken om wraking van de raadsheren worden afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor rechterlijke partijdigheid.