ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8996
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering en beëindiging ziekengeld
Appellante, uitgevallen met klachten waaronder pijn en vermoeidheid, ontving een WAO-uitkering vanaf september 2004, vastgesteld op 45-55% arbeidsongeschiktheid vanaf december 2005. Na een ziekmelding in mei 2007 met rugklachten weigerde het UWV de WAO-uitkering te verhogen en verklaarde appellante geschikt voor arbeid per juli 2008.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond, oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek had verricht en dat de beperkingen van appellante niet waren onderschat. De functies geselecteerd in het kader van de WAO-beoordeling waren passend, en het recht op ziekengeld werd terecht beëindigd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het UWV het protocol voor het Chronisch-vermoeidheidssyndroom niet had toegepast, maar de Raad stelde vast dat dit protocol op de relevante datum nog niet van toepassing was. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de aangevallen uitspraken zonder aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot herziening van de WAO-uitkering en het besluit dat appellante geschikt is voor arbeid, waardoor het recht op ziekengeld wordt beëindigd.