ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9006
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- M.I. 't Hooft
- Rechtspraak.nl
Afwijzing AWBZ-zorg aan niet-rechtmatig verblijvende appellant wegens ontbreken fair balance
Appellant, met de Surinaamse nationaliteit, vroeg AWBZ-zorg aan in Nederland terwijl hij niet rechtmatig verbleef. Zijn aanvraag werd door Agis Zorgverzekeringen afgewezen op grond van het koppelingsbeginsel in artikel 5 AWBZ Pro, omdat hij niet voldeed aan de vereisten voor rechtmatig verblijf zoals bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees zijn beroep op schending van artikel 3 en Pro 8 EVRM af. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat appellant geen medische verklaringen had overgelegd waaruit een substantiële bedreiging van zijn fysieke toestand bleek, en dat hij niet legaal in Nederland verbleef terwijl terugkeer naar het land van herkomst mogelijk was.
De Raad oordeelde dat de weigering van de gevraagde zorg een fair balance weerspiegelt tussen de publieke belangen bij de zorgweigering en de particuliere belangen van appellant. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro slaagde niet, en het beroep op artikel 3 EVRM Pro behoefde geen bespreking. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van AWBZ-zorg bevestigd wegens ontbreken rechtmatig verblijf en geen substantiële bedreiging fysieke toestand.