ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- M.I. ‘t Hooft
- Rechtspraak.nl
Herhaalde aanvraag elektrische rolstoel afgewezen wegens niet-rechtmatig verblijf
Appellant diende een herhaalde aanvraag in voor een elektrische rolstoel bij het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam, nadat zijn verblijfsrechtelijke positie was gewijzigd door een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Gravenhage. Het College wees de aanvraag af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat geen nieuwe feiten waren gemeld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het tijdelijke rechtmatig verblijf van appellant op grond van artikel 8, aanhef en onder h, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) als een nieuw feit moet worden beschouwd. Hierdoor was het College ten onrechte uitgegaan van het ontbreken van nieuwe feiten en werd het besluit van 26 oktober 2010 vernietigd.
Desondanks handhaafde de Raad de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit, omdat het verblijf van appellant niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 8, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die vereist dat vreemdelingen rechtmatig verblijf hebben conform artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vw 2000. Tevens veroordeelde de Raad het College tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Besluit tot afwijzing van aanvraag elektrische rolstoel vernietigd, maar rechtsgevolgen blijven in stand wegens niet-rechtmatig verblijf volgens Wmo.