ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9419
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WGA-uitkering wegens ontbrekende arbeidskundige beoordeling en gewijzigde verdiencapaciteit
Appellante, die sinds september 2006 haar werk als secretaresse had gestaakt, ontving vanaf september 2008 een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet WIA. In 2009 vond een herbeoordeling plaats waarbij het UWV oordeelde dat haar beperkingen ongewijzigd waren, maar zonder een arbeidskundige beoordeling uit te voeren. Het besluit van 14 januari 2009, dat haar uitkering en verdiencapaciteit ongewijzigd verklaarde, werd gehandhaafd bij het bestreden besluit van 14 april 2009.
De rechtbank liet dit besluit in stand, maar de Centrale Raad van Beroep constateerde dat het UWV ten onrechte geen arbeidskundige beoordeling had verricht. Na vernietiging van het bestreden besluit oordeelde de Raad dat de medische beoordeling correct was uitgevoerd, waarbij rekening was gehouden met het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS). De arbeidskundige beoordeling wees uit dat appellante geschikt was voor drie van de vijf functies, wat geen wijziging in het arbeidsongeschiktheidspercentage tot gevolg had.
De Raad stelde vast dat de resterende verdiencapaciteit van appellante was gestegen van € 790,83 naar € 890,01 per maand, hetgeen niet juist was meegenomen in het bestreden besluit. Daarom kon het besluit niet in stand blijven en moest het UWV een nieuw besluit nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.