ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9772
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling van pgb voor elektrische rolstoel met sta-functie en accessoires
Appellante, bekend met neurologische en verstandelijke beperkingen en gebonden aan een rolstoel, vroeg om een persoonsgebonden budget (pgb) voor diverse rolstoelen en accessoires. Het College kende een pgb toe voor een elektrische rolstoel zonder sta-functie, waarop appellante bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak omdat het College de aanvraag onterecht beoordeelde op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in plaats van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg).
De Raad oordeelt dat de sta-functie van de elektrische rolstoel voor appellante niet noodzakelijk is, mede gelet op reeds verstrekte voorzieningen zoals een sta-hulp en huishoudelijke hulp. Ook is onvoldoende onderbouwd dat aangepaste regenkleding noodzakelijk is. Wel is onvoldoende onderzoek gedaan naar de noodzaak van een op afstand bedienbare noodstop en een verwarmde benenzak, waarvoor heroverweging nodig is.
Verder wijst de Raad het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat vertraging deels door appellante zelf is veroorzaakt. De rechtsgevolgen van de besluiten op bezwaar blijven in stand, met uitzondering van de vernietiging van de onjuiste wettelijke grondslag. Het College wordt opgedragen het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten wegens onjuiste wettelijke grondslag, bevestigt dat de sta-functie niet noodzakelijk is en wijst het verzoek om schadevergoeding af.